Now Reading:
Andere ogen
Full Article 4 minutes read

Andere ogen

bakker met deeg in zijn handen

Begin jaren 70 ben ik geboren en getogen in het buitengebied van Lunteren, gemeente Ede. Een prachtige plek om veel buiten te spelen. Maar al vrij snel dacht ik: wegwezen hier. Te weinig te doen, te saai, er moest vast meer te beleven zijn op planeet aarde.

De beste manier voor mijn one-way-ticket weg van Lunteren/Ede was studeren. Na een studie Economie in Nijmegen ging ik naar Brussel. Lekker ver weg van Lunteren. Maar na Brussel kwam ik voor het werk in Maastricht terecht. Met lichte tegenzin weer in Nederland, maar nog steeds op een “veilige” 2 uur rijden van thuis.

In Brussel en Maastricht kwam ik in aanraking met het bourgondische leven. Een wijntje bij de lunch? Geen probleem. En nooit meer thuisgesmeerde bammetjes opeten, maar uit eten in eetcafés en restaurants. Ik woonde in Maastricht naast Het Onze-Lieve-Vrouwenplein. Zondagmorgen ontbijten met krantje en croissantje op een van de mooiste pleinen van Nederland. Onmogelijk in mijn geboortestreek. Kan niet beter toch?

Ondertussen had ik in Maastricht, naast de liefde voor lekker eten, ook het wielrennen ontdekt. Mooie lange tochten op de racefiets in het Limburgse Heuvelland en de Voerstreek. Onderweg een stop bij de abdij van Val-Dieu voor een kloosterbiertje en een stevige lunch.

Maar toen gebeurde het: mijn werkgever vertrok naar een plek waar ik nog minder graag naar toe ging dan Ede (i.d.d.: Amsterdam). Ik ging niet mee en kreeg na een tijdje een andere baan in Den Bosch en moest voor mijn nieuwe werk ook vaak naar Den Haag en Arnhem. Enfin, Maastricht als uitvalsbasis was kansloos. Ergens in het midden van land dan maar… Nu ligt het middelpunt van Nederland toevallig in Nederland, en daar had mijn broer nog een plekje voor ons bij het ouderlijk huis.

Tja, daar zat ik dan in mijn hutje in het buitengebied van Lunteren. Daar waar ik zo graag van weg wilde… Maar lekker eten en wielrennen hadden me in Maastricht gepakt en niet meer losgelaten. Terug in Lunteren stapte ik weer op de fiets en pas toen ontdekte ik de schoonheid van de gemeente Ede: de Ginkelse hei, het Wekeromse zand, het Sysseltse bos, etc. Het kan niet mooier en afwisselender voor de fietser en wandelaar dan hier. En ik kan het weten, want het Limburgse Heuvelland zou toch het summum voor wandelaars en fietsers moeten zijn? Maar geloof me, die steile heuveltjes in Limburg mis je echt niet als je hier door de natuur fietst. Wonderlijk dat ik de schoonheid van de Veluwe en de Geldersche Vallei pas kon zien nadat (of doordat?) ik lang en ver genoeg weg was geweest.

Maar natuurschoon is niet de enige aantrekkingskracht van Ede. Ook voor mijn andere liefde – voeding – zit ik hier goed. Via mijn schoonfamilie ben ik in aanraking gekomen met puur en lekker eten. Daar vond ik die andere pareltjes van Ede. Zoals de Gelderse boerenkazen Remeker en Brandrood en verantwoord vlees van Ecofields.

Mede daardoor ben ik omgeturnd van lobbyist tot natuurbakker. Ik maak met alleen meel en het heerlijke lokale grondwater de lekkerste zuurdesembroden. Inmiddels waardeert de plaatselijke bevolking deze pure voeding en ook de restaurants en cateraars gebruiken die natuurlijke producten volop in hun gerechten. Geniet ervan tijdens of na een van je wandel- of fietstochten door de uitgestrekte natuur van deze heerlijke regio. Bon appetit!

Joris van Voorthuizen
Natuurbakker

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Input your search keywords and press Enter.
bel ons